Home   >  Vitamines  >  Vitamine C: had Linus...
10-04-2019

Vitamine C: had Linus Pauling gelijk?

Linus Pauling Vitamine C Zou u een man geloven die al tweemaal in zijn leven een Nobelprijs ontvangen heeft in twee verschillende categorieën? Waarschijnlijk wel, al was het maar omdat alleen Marie Curie dezelfde eer te beurt viel. In de wereld van de geneeskunde moest hij echter een oneindige strijd voeren om erkenning te krijgen voor de therapeutische waarde van vitamine C, aangezien de vitamine lange tijd uitsluitend gezien werd als een nuttig molecuul om scheurbuik te voorkomen.

Onderzoekers ontdekken echter steeds meer preventieve en therapeutische werkingen, en de effectieve werking van de vitamine tegen oxidatiestress is ruimschoots aangetoond. Linus Pauling was zijn tijd ver vooruit. Toch heeft hij ook een paar fouten gemaakt, en helaas komen we die fouten ook vandaag de dag nog regelmatig tegen.

Waarom heeft de mens het vermogen verloren om vitamine C aan te maken?

Linus Pauling zegt: De mens heeft een erfelijke mutatie ondergaan waardoor het menselijk lichaam niet meer in staat is zelf vitamine C aan te maken. Hierdoor is de mens afhankelijk geworden van voedselbronnen die vitamine C bevatten.

De hypothese waarop Linus Pauling zich baseert, is echter niet helemaal correct.
Het klopt dat de mens als een van de weinige gewervelden het vermogen heeft verloren om zelf vitamine C aan te maken, net als de cavia en bepaalde vleermuizen1. Maar het is niet, zoals Pauling dacht, een 'erfelijk foutje.

Het vermogen om vitamine C aan te maken, ging reeds 61 miljoen jaar geleden verloren2 bij de mensapen, de grote apen waaruit zich later de mens ontwikkelde. Dit onvermogen om de vitamine aan te maken, komt niet voort uit een, maar uit meerdere mutaties die allemaal gelokaliseerd waren op het zogenaamde 'GLO-gen'. Dit gen zorgt voor de aanmaak van een proteïne (L-gulonolactone-oxidase) die onmisbaar is voor de aanmaak van vitamine C3-5. Deze mutaties hebben zich niet toevallig verspreid, want ze tastenuitsluitend het laatste deel van het proces aan6.

Deze mutaties hebben zich over de gehele lijn verspreid, hetgeen betekent dat de dragers van het gen geen selectief nadeel ondervonden ten opzichte van de individuen die nog wel vitamine C aan konden maken. Anders gezegd: het ging hier niet om een fout, maar om een aanpassing aan de omgeving. Paradoxaal genoeg heeft het feit dat de grote apen geen vitamine C meer aan konden maken, bijgedragen aan hun ontwikkeling7, en later aan die van ons.

Op welke manier zouden we voordeel hebben van dat onvermogen om de vitamine aan te maken?

Dat is moeilijk te zeggen, maar er zijn twee hypotheses die het meest waarschijnlijk zijn. De eerste hypothese is, dat de aanmaak van vitamine C een energieverslindend proces zou zijn dat in feite overbodig werd, aangezien er voldoende vitamine C uit de voeding te halen was8. Onderzoekers constateerden dat de soorten die het vermogen waren verloren om zelf vitamine C aan te maken een voedingspatroon hadden dat zeer rijk was aan vitamine C. Dit was bijvoorbeeld het geval bij gorilla's (20 mg/kg/dag), brulapen (88 mg/kg/dag), bepaalde addersoorten (258 mg/kg/dag) en andere diersoorten die zelf geen vitamine C meer konden aanmaken9. Vanuit het oogpunt van natuurlijke selectie is het heel logisch: het is niet zinvol heel veel energie te besteden aan de aanmaak van een molecuul dat overvloedig aanwezig is in de omgeving.
De tweede hypothese is niet in tegenspraak met de eerste. Wanneer een levend wezen vitamine C aanmaakt, genereert het eveneens kleine hoeveelheden waterstofperoxide10. Dit bestanddeel heeft een sterk oxiderende werking die celveroudering versnelt. Soorten die zelf geen vitamine C meer kunnen aanmaken, maar aangewezen zijn op andere manieren om de stof binnen te krijgen, vermijden ook de nadelen die kleven aan de lichaamseigen aanmaak van de vitamine C.

De dragers van deze mutatie hebben de energie die voor die aanmaak nodig was kunnen gebruiken voor andere mechanismen. Het heeft zoveel voordeel gebracht, dat ze mogelijk zelfs de soorten hebben verdrongen die wel zelf vitamine C aan konden maken11. Deze omstandigheid blijft alleen een voordeel wanneer de omgeving veel voeding bevat die rijk is aan vitamine C. En dat was het geval toen de eerste mens verscheen, zo'n 3 miljoen jaar geleden.
Maar wat brengt het ons nu, in een tijd dat de aarde compleet veranderd is? We eten nauwelijks 3 stuks groente en fruit per dag. Wat hebben we nu nog aan dit verdwenen mechanisme?

Hierin had Pauling in elk geval gelijk: de hoeveelheden vitamine C die we nu innemen (1 tot 2 mg/kg/dag) zijn waarschijnlijk veel lager dan de hoeveelheden die de eerste mensen innamen en waarschijnlijk zijn die hoeveelheden verre van optimaal.

Hoeveel vitamine C hebben we nu echt nodig ?

Linus Pauling zegt: Dat andere gewervelde dieren zulke grote hoeveelheden vitamine C aanmaken, dat is niet voor niets. Levende wezens hebben niet de gewoonte energie te verspillen. Het is dan ook essentieel om het lichaam te voorzien van zeer hoge doses (d.w.z. 10 g of meer) om zo de hoeveelheid te bereiken die aangemaakt wordt door andere zoogdieren. Dan kan men maximaal profiteren van de gunstige effecten.

Linus Pauling was geobsedeerd door de vraag naar de ideale hoeveelheid vitamine C voor de mens. Om hierop een antwoord te kunnen geven, dienen we er nog even aan te denken dat het vermogen om zelf vitamine C aan te maken zo'n 60 miljoen jaar geleden verloren ging, terwijl de eerste mens pas rond 3 miljoen jaar geleden verscheen. Daar zit een enorme tijdsinterval tussen waarin tal van mutaties mogelijk zijn geweest.

Natuurlijke selectie zet soorten ertoe aan zich steeds weer aan te passen aan hun omgeving. Organismen die voor hun overleving afhankelijk zijn van zeer precaire of willekeurige omstandigheden (zoals van zeer zeldzaam voedsel) lopen het risico uit te sterven, in tegenstelling tot organismen die flexibeler zijn. Het is dan ook ondenkbaar dat alle afstammelingen van individuen die geen vitamine C meer konden aanmaken over dezelfde fysiologische mechanismen zouden beschikken12. Strategieën die het belang van vitamine C voor de overleving minder groot maakten, kregen de voorkeur. Zo waren individuen niet meer afhankelijk van gigantische hoeveelheden fruit en groenten en konden ze zonder problemen overleven in periodes van schaarste (door klimaatproblemen, natuurrampen, ijsvorming, etc.).

Nu is onlangs ontdekt dat er een mechanisme is dat de opname van vitamine C bij de mens beperkt. De plasmaconcentratie wordt nooit hoger dan 80 μmol/L13, ongeacht de hoeveelheid die men inneemt. Anders gezegd: of u nu 2 of 10 g vitamine C inneemt, de hoeveelheid in uw bloed zal hetzelfde zijn. Wat is dan de optimale hoeveelheid? Dat hangt in feite af van de omstandigheden, maar onderzoekers denken dat deze hoeveelheid in het plasma bereikt kan worden met de inname van 400 mg tot 1 g per keer. En dat is veel minder dan de hoeveelheid waarover de zoogdieren beschikken die wel zelf vitamine C kunnen aanmaken.
Ook op dit punt had Linus Pauling ongelijk. Maar kunnen we het hem echt kwalijk nemen?

Hoe zorgen we ervoor dat we ons lichaam elke dag voorzien van vitamine C?

De mens mag zich dan zo hebben aangepast dat hij minder vitamine C nodig heeft dan andere zoogdieren, maar om ziektes te voorkomen dient hij nog steeds een bepaalde hoeveelheid in te nemen. Helaas krijgen we via onze huidige voeding maar weinig binnen14, te weinig om optimaal te kunnen profiteren van de gunstige werking. Zo heeft 40 tot 60% van de Fransen een gehalte in het bloed dat lager is dan 23 µmol/L15, oftewel een hoeveelheid waarmee scheurbuik wordt voorkomen, maar dat bij lange na niet voldoet aan de optimale (en maximale) dosering van 80 μmol/L.

Wie deze optimale concentratie wil bereiken, zou volgens schattingen ongeveer 700 mg per dag moeten innemen (het liefst verdeeld over de dag). Hoe kunnen we dat bereiken? De meeste mensen krijgen dagelijks nauwelijks meer dan 110 mg binnen. Dagelijks een stuk of twaalf porties groente en fruit uit de directe omgeving, zo vers mogelijk en indien mogelijk van biologische teelt, het liefst niet gekookt, dat is wat daar voor nodig is. Dat vereist een enorm doorzettingsvermogen en organisatietalent. Bij velen van ons zal dat niet in te passen zijn in ons moderne dagelijkse bestaan.
Niet voor niets zijn er steeds meer mensen die een beroep doen op supplementen van vitamine C, net als Linus Pauling.

Een uitstekend alternatief, mits u kiest voor een suikervrij supplement zonder toevoegingen, zonder smaakversterker en zonder kunstmatige kleurstoffen. Idealiter kiest u voor een supplement met natuurlijke flavonoïden (die de opname van vitamine C verbeteren) het liefst in de gebufferde vorm (zoals natriumascorbaat, calciumascorbaat of magnesiumascorbylfosfaat). Laatstgenoemde stoffen hebben het voordeel dat ze minder zuur voor de maag zijn dan ascorbinezuur. Een supplement dat aan bovenstaande eisen voldoet, is niet eenvoudig te vinden. Maar wie goed zoekt, vindt er wel een aantal, zoals Triple C (een samenwerkende combinatie van 3 vitamine C-vormen) en Liposomal Vitamin C of Asc2P. Neem dus voordat u het product koopt even de tijd om de samenstelling goed te analyseren.



Referenties
1. Guy Drouin, Jean-Rémi Godin, Benoît Pagé. The Genetics of Vitamin C Loss in Vertebrates. Curr Genomics. 2011 August; 12(5): 371–378.
2. Lachapelle MY, Drouin G. Inactivation dates of the human and guinea pig vitamin C genes. Genetica. 2011;139:199–207.
3. Nishikimi M, Kawai T, Yagi K. Guinea pigs possess a highly mutated gene for L-gulono-gamma-lactone oxidase, the key enzyme for L-ascorbic acid biosynthesis missing in this species. J. Biol. Chem. 1992;267:21967–21972.
4. Nishikimi M, Fukuyama R, Minoshiman I, Shimizux N, Yagis K. Cloning and chromosomal mapping of the human non-functional gene for L-gulono-gamma-lactone oxidase, the enzyme for L-ascorbic acid biosynthesis missing in man. J. Biol. Chem. 1994;269:13685–13688.
5. Ohta Y, Nishikimi M. Random nucleotide substitutions in primate nonfunctional gene for L-gulono-γ-lactone oxidase, the missing enzyme in L-ascorbic acid biosynthesis. Biochim. Biophys. Acta. 1999;1472:408–411.
6. Linster CL, Van Schaftingen E. Vitamin C biosynthesis, recycling and degradation in mammals. FEBS J. 2007;274:1–22.
7. Lachapelle MY, Drouin G. Inactivation dates of the human and guinea pig vitamin C genes. Genetica. 2011;139:199–207.
8. Pollock JI, Mullin RJ. Vitamin C biosynthesis in prosimians: Evidence for the anthropoid affinity of tarsius. Am. J. Phys. Anthropol. 1987;73:65–70.
9. Milton K, Jenness R. Ascorbic acid content of neotropical plant parts available to wild monkeys and bats. Experientia. 1987;43:339–342.
10. Bánhegyi G, Csala M, Braun L, Garzó T, Mandl J. Ascorbate synthesis-dependent glutathione consumption in mouse liver. FEBS Lett. 1996;381:39–41.
11. Pollock JI, Mullin RJ. Vitamin C biosynthesis in prosimians: Evidence for the anthropoid affinity of tarsius. Am. J. Phys. Anthropol. 1987;73:65–70.
12. Drouin G, Godin JR, Pagé R. The Genetics of Vitamin C Loss in Vertebrates, Curr Genomics. 2011 Aug; 12(5): 371–378. doi:10.2174/138920211796429736
13. Balz Frei, Ines Birlouez-Aragon & Jens Lykkesfeldt (2012): Authors' Perspective: What is the Optimum Intake of Vitamin C in Humans?, Critical Reviews in Food Science and Nutrition, 52:9, 815-829
14. Touvier, M., Lioret, S., Vanrullen, I., et al. (2006). Vitamin and mineral inadequacy in the French population: Estimation and application for the optimization of food fortification. Int J Vitam Nutr Res. 76: 343–351.
15. Hercberg, S., Preziosi, P., Galan, P., et al. (1994). Vitamin status of a healthy French population: dietary intakes and biochemical markers. Int J Vitam Nutr Res. 64: 220–232
Voedingsstoffen bestellen die gerelateerd zijn aan dit artikel
Liposomal Vitamin C 335 mg

Vitamine C-vorm met grote biologische beschikbaarheid

www.supersmart.com
Triple C

Ascorbinezuur+Calciumascorbaat+Ascorbine palmitaat

www.supersmart.com
Ester C™ 600 mg

Een niet-zure vorm die vier keer beter geabsorbeerd wordt dan vitamine C.

www.supersmart.com
Asc2P 250 mg

Een stabiele en krachtige vorm van vitamine C, in staat om door te dringen tot in de cellen ; zorgt voor behoud van de middellange telomeren

www.supersmart.com
Ontdek ook
28-06-2017
Voeding: hoe bieden we voldoende voedsel aan...
Onze hersenen zijn het controlecentrum van ons zenuwstelsel. Ze dienen dagelijks een enorme hoeveelheid aan gegevens te verwerken. Niet alleen moet het brein al die...
Lees verder
30-04-2018
Onderzoekers ontdekken waarom 1 op de 2...
Een zojuist gepubliceerd onderzoek in The Journal of American Osteopathic Association toont aan dat het lichaam vitamine D niet op de juiste wijze kan gebruiken...
Lees verder
06-05-2019
Tekort aan vitamine E in verband gebracht...
Vitamine E speelt een vaak onderschatte, doch essentiële rol in ons lichaam. Helaas beschikken veel mensen over onvoldoende vitamine E. Een tekort aan vitamine E...
Lees verder
Volg ons
Kies de gewenste taal
nlfrendeesitpt

Gratis

Dank u voor uw bezoek. Voor u vertrekt:

MELD U AAN VOOR
Club SuperSmart
En profiteer
van exclusieve voordelen:
  • Gratis: wekelijkse al uwwetenschappelijke publicaties van "Nutranews"
  • Exclusieve aanbiedingen voor clubleden
> Doorgaan